De eerste keer dat ik werk van Frans Vendel zag is meer dan tien jaar geleden en ik heb nooit gedacht dat hij zoveel jaren later concrete kunst zou maken. Concrete kunst, laat ik dat eerst maar duidelijk maken, is een vorm van kunst die alle banden heeft verbroken met de ons omringende werkelijkheid. Er zijn geen opzettelijke verwijzingen naar objecten, personen of gebeurtenissen die ons bekend zouden kunnen voorkomen. De term 'Concrete Kunst' ooit bedacht door Theo van Doesburg, wil uitdrukken dat het kunstwerk als zichzelf beschouwd moet worden en niet als een illustratie, als 'een plaatje bij een praatje'. Van Doesburg zocht een betere term dan abstractie, omdat abstractie naar de zichtbare werkelijkheid verwijst. Abstractie is een samenvatting of op z'n best een sublimering van de werkelijkheid.
Het concrete kunstwerk gaat alleen over zichzelf, dus ook niet over de kunstenaar. Het is niet autobiografisch en feitelijk zou het publiek niet eens hoeven weten wie het werk gemaakt heeft en of het wel als kunstwerk bedoeld is. Er is dan ook geen principieel onderscheid tussen bijvoorbeeld het ervaren van een zonsondergang en het kijken naar een schilderij. Bij de zonsondergang vraag je je ook niet af wie die gemaakt heeft en wat hem daarbij bewoog. Hoewel, sommigen menen er toch een godsbewijs in moeten te zien, maar dat is uiteraard de beperking van de mens en niet die van de zonsondergang. Hoe dan ook, een zonsondergang is gratis en een kunstwerk niet...
Als ik in de oorspronkelijke utopistische gedachtegang van epoque modernistische kunstenaars zou doorredeneren, vermoed ik dat er een wereld ontstaat waarin niet eenmaal per dag een zonsondergang plaats vind, maar er 24/7 dergelijke schoonheidservaringen plaatsvinden, dankzij de kunstenaars uiteraard.
Nu dwaal ik misschien te ver af. Waarom dacht ik destijds niet dat Frans Vendel op de weg van de Concrete Kunst zou belanden? Zijn werk ging, toen ik het voor het eerst zag, over de ons omringende werkelijkheid en de vervormde wijze waarop wij deze waarnemen. Ik herinner mij portretten in zwart/wit. Of ze geprint of geschilderd waren, dat weet ik niet meer. In ieder geval waren ze overgenomen uit een boek. De afbeeldingen zijn aangebracht op de achterkant van een enigszins transparant doek. Op de voorkant zijn de ogen van de ons aanstarende koppen nogmaals geschilderd in het grove rasterpatroon dat is gebruikt voor het drukwerk dat als voorbeeld diende. Het is in alle opzichten gelaagd werk.
Niet alleen de geportretteerde hoofden kijken ons aan door het raster, wij zien de koppen op onze beurt door het raster van het transparante doek. Frans vendel vertelt ons dat wij de werkelijkheid nooit zien, nooit kœnnen zien zoals die werkelijk is. Altijd is er wel een raster dat onze blik vertroebelt, dat als een zeef onze waarneming filtert. Het is niet ongebruikelijk dat kunstenaars ons erop wijzen dat de wereld complex is en dat wij het geheel nooit kunnen overzien. Wij zijn nou eenmaal beperkte stumpers. Oplossingen zijn er niet, de kunstenaar rest niets dan ons op onze beperkingen te wijzen, de wereld te problematiseren, vragen op te roepen. Deze relativerende, niet onsympathieke houding is typisch Post Modern. De 'uitvinder' van het woord Post Modernisme, Lyotard, definieerde het Post Moderne als het 'ongeloof in grote verhaal'. Juist in de jaren zestig en zeventig vielen mensen van hun geloof, de wereld seculariseerde, grote ideologie‘n als het communisme en het socialisme vielen van hun voetstuk. Het ik-tijdperk begon. En als de Post Modernen ergens een hekel aan hebben dan is het wel modernistische concrete kunst. Die kinderlijke utopie van een zonsondergang 24/7.
En toch, ik begrijp heel goed dat Frans nadat hij jaren lang de wereld 'gelaagd' heeft weergegeven bij een vorm van concrete kunst is terechtgekomen. Altijd maar relativeren en problematiseren gaat namelijk vervelen, dat weet ik uit ervaring. Het is ook wel eens prettig om antwoorden te zoeken, oplossingen te vinden. Dat is wat Frans ons in In Concreto biedt; heldere oplossingen voor een navolgbaar probleem.
En wie het oudere werk van Frans kent, moet misschien ook erkennen dat de stijlbreuk lang niet zo groot is als hij op het eerste gezicht lijkt. Het vervormde beeld dat wij door het raster heen zagen is verdwenen, maar wie goed kijkt; het raster zelf is gebleven. Hij heeft enkel ingezoomd. En daarmee komt Frans als vanzelf bij datgene waar we zeker van zijn, datgene dat misschien wel de enige werkelijkheid is; het raster zelf. Dit lijkt mij toch een vorm van waarheidsvinding. En wat blijkt, de waarheid mag er zijn. Het levert een prachtige tentoonstelling op die minstens zo verassend, intrigerend en veelzijdig is als dat wat wij doorgaans als surrogaat van de werkelijkheid ervaren of krijgen voorgeschoteld!
dank u wel